“Minigravers zijn we juist meer mee gaan doen. Toen de containerprijzen laag waren, dachten veel eendagshandelaren: doe mij ook maar een containertje. Dus overal en nergens waren er opeens mensen die ook minigravers uit China verkochten. Tot de prijzen van zeevracht steil omhoog gingen. Toen werd het te duur en waren ze allemaal weg.
Ook leek de bestaande concurrentie een beetje weg te vallen toen de zeevrachtprijzen zo hoog waren. Het leek alsof iedereen de handen op de knip hield, wachtend tot de prijzen omlaag ging. Dat doet een Pieper juist niet: wij bleven kopen om een goede voorraad te behouden en die zet werd beloond. Langzamerhand raakte bij iedereen de voorraad een beetje op en toen begon het bij ons steeds drukker te worden. Doordat we groot kunnen inkopen en rechtstreeks bij de fabriek, kunnen we gunstige prijzen blijven rekenen.
Prijs is belangrijk bij ons. We zitten niet in het hoogste segment, met dure A-merken, maar in het segment eronder. De wat goedkopere maar wel degelijke modellen voor particuliere klanten en vaak wat kleinere bedrijven die er een machine bij willen hebben voor af en toe. Kwalitatief goed spul, maar niet voor heel intensief professioneel gebruik. Vergelijk het maar met een boormachine voor een particulier: een prima ding voor incidenteel gebruik, maar niet voor een vakman die het dagelijks intensief gebruikt.
Onze minigravers en aanbouwdelen worden gekocht door onder meer particulieren, agrariërs die af en toe op hun erf wat willen doen, hoveniers die een machine willen voor erbij, klusbedrijven, hobbyboeren, paardenhouders. En door andere handelaren die graag een betaalbare machine in hun assortiment erbij willen. Wij hebben inmiddels ook vaste afnemers in Portugal, België, Bulgarije, Oostenrijk, Duitsland, Estland en Slovenië die machines bij ons inkopen.”
“Jaren geleden is mijn vader naar China gegaan om handel te vinden. Die autobruggen bijvoorbeeld, waar ik eerder over vertelde. Hij is gewoon naar de beurs gegaan, de Canton Fair. Daar kwam hij Chinezen tegen die dat maakten in hun eigen metaalfabriek. Zo zijn er door te reizen en gewoon dingen te doen vele handeltjes ontstaan.
De minigravers is een zelfde verhaal: mijn vader stond met een Chinese fabrikant van ons op de Bauma-beurs in München. Ze zaten weggestopt in een of ander uithoekje waar niemand kwam, alleen mensen die verdwaald waren. Omdat er toch niemand langs kwam, is mijn vader de hele week in onderhandeling gegaan met de Chinezen die naast hem stonden. Die hadden onder meer minigravers. Daar heeft ie een containertje van gekocht om eens te proberen. Die container was aardig gauw weg.
Stom geluk dus dat we elkaar zijn tegengekomen. Maar we hadden wel de juiste fabriek te pakken. Want deze mensen willen wel echt luisteren en verbeteren. Het begon met een zwenkarm waarmee je mooi langs de kant kunt graven, daarna verstelbare rupsen zodat het machientje door een tuinpoort kan, vervolgens bediening aan de zijkant en zo werd de machine als maar beter. De laatste upgrade is standaard een hydraulische duim op elke WCM-CTX8010 model.”
“Doordat de fabriek bereid is mee te veranderen, lopen wij steeds een stapje voor op andere Chinese fabrikanten. Andere partijen willen, durven of kunnen niet voorop te lopen in ontwikkelingen. Die wachten tot iedereen die aanpassingen al heeft en hobbelen er dan nog eens achteraan. Prima, want dan houden wij het voordeel. Soms hebben we ook pech natuurlijk. Ik doe wel eens een miskoop. Goedkope aanbouwdelen die van slechte kwaliteit bleken te zijn. Het beste lesgeld is duur lesgeld, zegt mijn vader altijd. Dat betaal je maar één keer, hè. Met die miskopen komt het vanzelf wel goed.
Ook hebben we dit jaar de machines een nieuwe look gegeven. De machines waren eerst geel, maar op die kleur zijn de mensen uitgekeken. Nu zijn ze chique donker grijs met frisgroen. Heel modern. Alles komt nu ook in dezelfde kleur. Wat ze ook mooi doen is heel subtiel de merknaam WCM in het koelingsrooster verwerken.
De naam WCM is bedacht door een Australiër. Mijn vader zat met die beste man aan de bar en hij vertelde dat hij ook machines verkocht uit China, maar dat hij er geen Chinese tekens op wilde. Hij had daarom de naam WCM bedacht: World Construction Machinery. Hij stelde toen aan mijn pa voor dat hij ook die naam ging gebruiken. ‘Dan is het echt internationaal’, zei hij. Sinds dit jaar is het een officieel merk. Soms gaan die dingen zo, en ontstaan de ideeën aan de bar.”