Leestijd: 6 minuten

Het is oud ijzer of goud

Op de dam bij J & Th van der Veldt Wouw Onderdelen

Rene de Nijs, Maura Bruijniks, Piet van den Heuvel

Vijftig jaar geleden verhuisden Theo en Wilma van der Veldt vanuit Sloten naar Wouw. In het West-Brabantse plaatsje vonden ze een oude steenfabriek, van waaruit ze hun handel in legermateriaal, grondverzetmachines en onderdelen daarvoor opbouwden. “Onze klanten toen waren vooral boeren en aannemers uit de buurt. Nu doen we wereldwijd zaken.

Theo van der Veldt steekt zijn hand op – “Goeiemorgen!” – naar een meneer die op de fiets een rondje rijdt over het terrein. “Da’s ome Aad”, zegt Van der Veldt. “Die heeft hier vijftig jaar gewerkt. Is indertijd nog meeverhuisd vanuit Sloten. Nu is hij met pensioen, maar hij komt vaak langs, gewoon even goeiedag zeggen.”

Wie bij J. & Th. Van der Veldt BV komt werken, is óf heel snel weer weg óf blijft levenslang, zoals ome Aad. “Je moet het leuk vinden. We hebben een goeie ploeg mensen, die net zo enthousiast met dit spul zijn als wij.” Met ‘wij’ bedoelt Van der Veldt zichzelf en zijn directeuren Maura Bruijniks en Marcel Kramer. De dagelijkse leiding over het bedrijf droeg de oprichter en eigenaar een jaar of tien geleden aan hen over. “Ik zeg nog ja of nee als er grote beslissingen moeten worden genomen, maar verder doen ze het zelf. Ik ben nog vrijwel dagelijks op de zaak, want ik ben nog net zo enthousiast over nieuwe pompen of graafbakken als de jongelui hier, maar ze kunnen het prima zelf. Je moet mensen de vrijheid geven en stimuleren, zodat ze kunnen doen waar ze goed in zijn.

Enorme sudoku

Bruijniks kwam in 1998 binnen om de administratie te doen. “Het eerste wat ik vroeg toen ik hier voor het eerst kwam, was: ‘verkopen jullie al dat oud ijzer ook nog?’. Ze keken me met zijn allen aan alsof ik iets heel vies zei”, lacht ze. Van der Veldt slaat vaderlijk een arm om Bruijniks heen. “Zo raar was die vraag niet, hoor”, zegt hij. “Het is oud ijzer of goud. Er zit niks tussenin, maar er zit altijd handel in. Zo zijn we ook begonnen. Mijn vader had een garagebedrijf in Sloten, en deed ook transport en wat handel in legermateriaal. De behoefte aan materiaal was enorm. Je moest moeite doen om het te krijgen en het was verkocht voor je het goed en wel had. Mensen waren kwaad als je niet belde als je een machine had gevonden.”

Dat is inmiddels wel anders. “We hebben een inkoop- en een verkoopteam”, vertelt Bruijniks. “Die kunnen elkaar meestal niet bijhouden. Het is een enorme sudoku, maar dan in het echt. Het staat hier vol, óf er zijn overal lege plekken. Nu staat het redelijk vol, maar die machine daar gaat volgende week naar een mijnbouwbedrijf in China. En die daar gaat naar Macedonië. En voor die hele grote achter op het terrein denk ik ook een koper te hebben. Die wacht altijd even met ja zeggen. Ik verwacht dat ie volgende week wel zal bellen.

Op de dam bij J & Th van der Veldt Wouw (4) Onderdelen

Veldt BV vooral sterk in onderdelen

Een wandeling over het terrein van Veldt BV is best een avontuur. De makers van Wie is de mol? zouden er met gemak een spannende opdracht kunnen produceren. Het ligt (in keurige slagorde) bezaaid met onderdelen, van heel klein tot heel groot: onderstellen, wisselstukken, lieren, cabines, spanveren, tanden en platen voor rupsbanden, graafbakken in alle soorten en maten. Er tussen staan ook nog complete graafmachines en kranen, ook weer van klein tot reusachtig. “Een enkele keer worden die in zijn geheel verkocht, maar we zijn vooral sterk in onderdelen, dus meestal worden ze uit elkaar gehaald”, vertelt Van der Veldt. “Wat hier niet meer gebruikt wordt, gaat de hele wereld over. Zo’n vuilverdichter bijvoorbeeld. Op Nederlandse stortplaatsen worden die dingen niet meer gebruikt; deze wordt weer in topconditie gebracht en gaat dan naar het voormalige Oostblok.

In de loods liggen in meterslange en -hoge stellingen nog veel meer onderdelen, van het kleinste onderdeel voor een tractor of graafmachine tot enorme motorblokken. Het is het terrein van René de Nijs en Piet van den Heuvel. “Nu moeten ze een keer écht op de foto”, vindt Bruijniks. “Op de website staan op alle foto’s wel handen, armen of benen van deze heren. We hebben wel eens gedacht om er een prijsvraag van te maken: zoek alle lichaamsdelen bij elkaar en maak ze weer compleet.

Op de dam bij J & Th van der Veldt Wouw (9) onderdelen

Jaren Wachten

Zestien mensen werken er nu bij Van der Veldt en samen zorgen ze voor in- en verkoop, de administratie, de eigen spuiterij, het magazijn en het transport van de vele duizenden onderdelen. “We hebben álles”, zegt Bruijniks trots. “En als we het niet hebben, weten we hoe we eraan moeten komen. Andersom gebeurt het ook: machines en onderdelen staan soms vier, vijf jaar te wachten op een koper. Het zijn dingen waar je maar net vraag naar moet hebben, maar juist in dat soort dingen zijn we goed. Onze klanten weten dat ook. Als wij het niet hebben of er niet aan kunnen komen, vergeet het dan maar.

Veel klanten komen al decennia lang bij het bedrijf over de vloer. Eerst bij Theo van der Veldt en ‘Ome Aad’ en later bij opvolgers Bruijniks en Kramer. De band is in veel gevallen hecht en persoonlijk. “Vorige week stond er ineens een klant uit Noorwegen op de stoep, met zijn gezin”, vertelt Bruijniks. “Die waren in de buurt op vakantie en kwamen even langs. Die zijn blijven barbecueën en uiteindelijk ook blijven slapen met zijn allen. Dat kan gewoon.” Het zijn die contacten, maar ook de diversiteit van de producten en de bijzondere uitdagingen wat Bruijniks zo leuk vindt aan haar werk. “Het is toch ook schitterend, al die machines en onderdelen? Zo’n gigantische Liebherr: dat is toch geweldig!? Regelen dat zo’n machine met een eigen gewicht van 125 ton zo groot mogelijk aankomt op plaats van bestemming is een uitdaging, maar het is zo gaaf als het lukt. Het vertrouwen van mensen dat het goed komt als ze ons iets vragen, dat is super. Daar doen we het voor. Plezier hebben inwat je doet is belangrijker dan veel verdienen.

Torpedojager

Het was min of meer aan Maura Bruijniks te danken dat het bedrijf een enorme groeispurt doormaakte zo rond de eeuwwisseling. Zij kwam binnen toen internet nog maar net in opkomst was en had het idee om een website te bouwen. “Dat kostte toen 400 gulden. Niemand snapte waar ik mee bezig was. Theo vroeg alleen maar of ik erover had nagedacht. Dat had ik.” Dankzij de website veranderde Van der Veldt van een bedrijf dat leverde aan agri- en grondverzetbedrijven in Nederland en België naar een bedrijf dat wereldwijd zaken doet met klanten die variëren van kleine boeren tot mijnbouw- en offshorebedrijven.

Dat levert soms hilarische taferelen op, zoals met een Rus die geen woord Engels sprak. “Dat ging met een vertaalcomputer, maar die snapte natuurlijk het jargon niet”, grinnikt Bruijniks. “De vraag ‘hoe lang is die mast’ vertaalde de computer als ‘hoe lang is die torpedojager’. Het ging over een sloopmachine… Het duurde even voor we eruit waren wat nou de bedoeling was.” De rek is er nog lang niet uit. Om nog betere service te verlenen, is het terrein aan de Plantagebaan in Wouw inmiddels vergroot ten gunste van nieuwbouw. Daar komt onder meer een loods te staan voor uitbreiding van de demontage- en cleanerplaats. Het krijgen van de vergunning nam jaren in beslag, maar de palen zitten nu in de grond. “We zijn ambitieus”, zegt Bruijniks. “Verduurzaming is het thema nu en daarin zijn we een voortrekker, maar de verschillende partijen waarmee we te maken hebben – gemeente, provincie, milieupartijen – waren het niet eens over de vorm. Nu is het eindelijk rond en kunnen we verder groeien.

Op de dam bij J & Th van der Veldt Wouw (1) Onderdelen

Maura Bruijniks, Theo van der Veldt

Op de dam bij

J.& Th. Van der Veldt BV

Plantagebaan 57

4724 CJ Wouw

www.veldt.nl

info@veldt.nl

+31 (0)165 304151

 

Vorige artikel