De Dutzi-Rotor geldt als een van de pioniersmachines voor de ploegloze akkerbouw in Duitsland. Nu combineert de fabrikant de actieve bodembewerking aan de achterkant met een diep loswoelen aan de voorkant van de trekker. Hoe goed dat werkt, dat hebben we in praktijk bekeken.

Met Dutzi voor los maken, achter mengen (12)

Juist de afgelopen paar jaar hebben veel ploegloos werkende bedrijven geconcludeerd dat ze het diep loswoelen van de bodem erg lang veronachtzaamd hebben. Gevolgen daarvan waren ophopingen van voedingsstoffen en een beperkte wortelgroei. Maar wat moesten ze daar mee? Diep loswoelen als aparte arbeidsgang kost tijd en is duur en cultivator-schijvenegcombinaties voor werkdieptes tot 35 cm vragen al bij een werkbreedte van 3,00 m veel trekker vermogen en zijn daarom nauwelijks geschikt voor kleinere bedrijven.

Vanuit dat gedachtengoed combineert Dutzi nu de bekende Dutzi-Rotor (KR) met de voor aangebouwde diep woelende FTL. Deze mix van werktuigen moet een hoog rendement bij een laag motorvermogen leveren.  Hoe dat nu precies werkt hebben we uitgeprobeerd op een stoppelveld en op een tussenoogst akker.

Losmaken vanaf de trekker met de Dutzi FTL

Het idee om een diepwerker voor een tractor te monteren is niet nieuw. Er waren in de 80’er en 90’er jaren al en paar producenten die het geprobeerd hebben. De Zuid Afrikaanse fabrikant Agrico monteerde ze zelfs een tijdje op de fronthef van hun kniktrekkers. Maar die insteek werkte om verschillende redenen niet.

Toch is het idee om in plaats van frontballast een bodembewerkingsapparaat met tanden te monteren en zo de trekkracht van de voor as te vergroten gewoon slim. Er wordt gewicht gespaard en het vermogen van lichtere trekkers is er effectiever door te gebruiken. Daar komt een evenwichtiger gewichtsverdeling bij, zeker als het een zuivere hek combi van een KR en een woeler betreft.

Voor dit doel heeft Dutzi de frontwoeler FTL ontwikkeld, die in werkbreedtes van 3,00 en 4.00 m (star) beschikbaar is.

Met Dutzi voor los maken, achter mengen (15)

De pendelende schijfkouters snijden groen gewas en oogstresten, ze ondersteunen daarbij ook de diepte geleiding.

Het aanhangen van de frontwoeler aan de fronthef gaat met een Cat. III koppeldriehoek. Dat zorgt voor voldoende ruimte voor de trekkervoorwielen. Bovendien leidt deze aanbouwmanier er toe dat de machine meer getrokken dan geschoven wordt.

De tanden zijn op 61 cm vanelkaar aan het hoofdframe geschroefd. Daardoor rijdt een trekker met een spoorbreedte van 1,80 m tussen de buitenste tandparen. De los gewoelde rillen worden dus niet direct overreden. Natuurlijk treedt er door de zijdelingse druk van de banden wel wat verdichting op, maar zolang er niet op een erg natte ondergrond wordt gewerkt, blijft dat binnen de perken.

De tanden zijn helemaal van Hardoxstaal en per stuk met een 10,5 ‘er bout tegen overbelasting beveiligd. Te veel beveiliging is er bewust niet, omdat de tanden juist hun werk moeten doen in de hardere bodemlagen. De beitelspitsen met 35-55 graden undergrip zijn ook van Hardox en middels verstelbare dragers aan de tanden bevestigd met bouten.

Een punt van kritiek: de boutkoppen en moeren steken uit en slijten dus af. Demonteren gaat dus het best met de haakse slijper!

De vorm van de tanden en hun geringe breedte (930 mm) zorgen ervoor dat de bodem alleen gebroken wordt. Er treedt geen vermenging van de bodemlagen op. De natuurlijke lagenopbouw blijft behouden. In de praktijk is dat goed waar te nemen omdat de FTL een zichtbare, voor de trekker uitlopende ‘boeggolf’ onder het oppervlak van de akker maakt. De besturing van de trekker lijdt er niet onder.

Schijven voor tanden

Bij een werkbreedte van 3,00 m zitten er voor de tanden 5 schijvenkouters gemonteerd (optioneel gepaard aan de buitenkant, dus 7). Die kunnen wat naar links en rechts pendelen om spanning bij het maken van bochten te compenseren.

De grof getande schijfkouters hebben een doorsnee van 600 mm en de tanden hebben een goede eigen aandrijving. Daarmee worden ook stromatten en lagen gewas betrouwbaar gesneden. Dat merkten we in de praktijk. Door het snijden wordt niet alleen vermeden dat er organische resten of planten dwars voor de tanden weeg geschoven worden, ze breken de bodem ook alvast open in de rij richting. Zo valt de grond aan de tanden mooier opzij en wordt er minder grond opgehoopt.

De schijfkouters zijn hydraulisch met een dubbel werkende cilinder in hoogte te verstellen en daarmee aan de verschillende omstandigheden aan te passen (voor de parallelvoering van de FLT is er een hydraulische topstang). Ze hebben, naar gelang de bodem, een beperkte ondersteunende functie. Want de FTL heft geen steunwielen; de diepte geleiding gaat bijna uitsluitend over de fronthef. De berijder moet de werkdiepte dus handmatig en nauwkeurig aansturen, tenminste als de trekker geen front EHR met afroepbare werkdieptes heeft.

Met Dutzi voor los maken, achter mengen (16)

De Hardox tanden zijn met kerfbouten gezekerd. Bij het lossen is er weinig beweging van de bodem.

Het intrekken van kouters en tanden was bij onze FTL ook op een harde, uitgedroogde testvlakte zeer goed. Het gewicht van circa 1,7 ton en de smalle tanden zijn daar zeker debet aan.

Volgens de fabrikant is de max. werkdiepte 70 cm. Maar zo diep zijn wij niet gegaan. Door het loswoelen van de bodem voor de trekker zou volgens de fabrikant het gevraagde vermogen aan de rotor aan de achterkant van de trekker minder worden. 1:1 Is de zaak hier niet na te rekenen, maar het resultaat is merkbaar.

We konden met een 190 pk sterke tractor en een werkdiepte van 25 cm makkelijk 6,5-7,5 km/u snel rijden met een tevredenstellend resultaat. De Oostenrijkse importeur Gerold Wagner (Terra-Smart) kwam bij de eerste slag op een verdichte vlakte en op hellingen op rond de 22- respectievelijk 14 liter per uur verbruik. Dat is wel in orde. Zeker omdat er minder vermogen nodig is, wanneer er al eerder is gewoeld. Een ander voordeel van de combinatie is, dat de rotor op een vochtige ondergrond vanwege voor aan de losser gemaakte grond niet gaat ‘smeren’.

Met Dutzi voor los maken, achter mengen (1)

Door de koppeldriehoek wordt de FTL wat naar voren verzet. De tanden werken trekkend.

Dutzi KR rotor aan de achterkant

De Dutzi-Rotor was een pioniermachine van de ploegloze akkerbouw. Ook nu zweren nog veel bedrijven bij zijn techniek, die als uiterst robuust geldt.

Voor de akkerbouw is er naast de aan onze testmachine gemonteerde beitelrotor ook een tandrotor met smallere messen verkrijgbaar. Die is er vooral voor gebruik in een ‘steenrijke’ bodem. De aandrijving gaat met de 1.000 tpm PTO. Een haakse transmissie stuurt de kracht naar de aan de rechterkant aangeboute, en olie gevulde, kegelwiel overbrenging.

De overbelastingbeveiliging gebeurt met een ratelkoppeling in de aandrijfas. Als naloper monteert Dutzi een dichte, stalen wals met een doorsnede van 548 mm. Die zorgt voor een prima herverdichting en korrel verkleining. De centrale schraper is niet verstelbaar. In feite geldt nog steeds dat de rotortechniek maar beperkt egaliseert en feitelijk moet werken op een vlakke ondergrond. Bovendien worden organische resten slechts tot een diepte van 10-15 cm ingewerkt. Verkruimeling en inwerken zijn te beïnvloeden door de afstelling van de keerborden achter de rotor.

Met Dutzi voor los maken, achter mengen (5)

De beitels hebben hard metalen opzetstukken en zijn direct op de as gelast.

 Wat ons nog op viel

  • De lagers van de schijfkouters en wals moeten regelmatig gesmeerd worden
  • Voor het wegtransport moet de FLT aan de eisen van de RDW voldoen.
  • Voor opbouwmachines is er een  hydraulische hefinstallatie te koop.
Met Dutzi voor los maken, achter mengen (4)

Aan de achterkant zit de herziene Dutzi-Rotor met een werkbreedte van 3,00 m. de rotoras steunt aan zijn uiteinden in twee ver uit elkaar liggende kegelrollen lagers.

Technische Gegevens van de Dutzi FTL & KR

Woelen: Frontwoeler FTL; 61 cm tand-afstand, max. werkdiepte 70 cm;  Hardox tanden, breekpengezekerd;  70 mm spitsen; voorlopende getande en hydraulische in hoogte verstelbare schijven; aanbouw via de  koppekdriehoek.

Mengen, verkruimelen en her-verdichten: KR freesrotor; max. werkdiepte 18 cm; beiteltanden met hardmetalen opzet; vier maal gelagerde rotor as; aandrijving 1.000 tpm voor een rotor toerental van 430 tpm;  aandrijving via haakse overbrenging en kegelwielen in oliebad.

Gevraagd vermogen:  vanaf circa 150 pk

Maten en gewichten:  Werkbreedte 3,00 m; transportbreedte 3,00 m; gewicht FTL ca. 1.710 kg; gewicht KR ca. 2.210 kg.

Met Dutzi voor los maken, achter mengen (6)

Een aandrijfas leidt de kracht via een haakse overbrenging naar de kast waar de kegeltandwielen in oliebad lopen.

Onze samenvatting

De combinatie van de FLT en de KR maakte tijdens onze korte test indruk door een erg goede inmenging aan de oppervlakte bij gelijktijdig diep woelen. De combinatie van die twee werkzaamheden is akkerbouw technisch, maar ook procedureel nuttig, ook als er relatief langzaam gereden moet worden.

Gecombineerd met een opgebouwde zaai unit kunnen er twee arbeidsgangen in één rit gedaan worden. Daarbij is de instelling van de FTL wat ‘tricky’ als er geen voorste EHR is. Details, zoals de aangeboute spitsen op de FTL kunnen nog verbeterd  worden.

  • Diep loswoelen en vlak mengen gecombineerd; met een opbouwdrill is er maar één arbeidsgang nodig om te zaaien
  • Een laag gevraagd vermogen
  • Goed inwerkingseffect
  • Zeer goede her compactering
  • Robuuste bouw
  • FTL ook met rotor eggen of rotor cultivatoren aan de achterkant te combineren
  • Uitstekende boutkoppen en moeren
  • Wegtransport van de FTL
  • Veel hefkracht nodig voor de KR
Met Dutzi voor los maken, achter mengen (3)

Ook stromatten zijn voor de FTL geen probleem.

Vorige artikel
Volgende artikel