Stoppelbewerking | Naast detailoplossingen zijn de grootte en plaatsing van de schijven bij de korteschijveneg de belangrijkste verschillen. We hebben drie verschillende varianten aan de hand van drie Lemken korteschijveneggen getest.

Drie eggen, drie schijven, drie concepten (1)

In het begin nog als modeverschijnsel afgedaan, zijn korteschijveneggen in veel bedrijven – meestal aanvullend op de cultivatoren – intussen niet meer weg te denken. Ter aanvulling vanwege het feit dat hun max. werkdiepte ca. 12 cm was, zodat de machine na de oppervlakkige bodembewerking nog een keer gevolgd moest worden voor het diepere werk.

De positieve effecten zoals de intensieve vermenging van stro en bodem, werken zonder verstoppingen, hoge rijsnelheden, een goed volgen van de bodem en een intense verkruimeling, dat liep allemaal vast op die beperkte werkdiepte. Reden genoeg om de diepte op te zoeken.

De trend naar een groter werkdiepte is in de markt al zichtbaar. Fabrikanten die begonnen met kleine schijven, bieden steeds vaker exemplaren met een diameter van 520 mm aan. Anderen bieden naast de modellen met kleine schijven nieuwe types met 610 mm grote schijven aan. Met de Lemken  Rubin 12 (736 mm) zijn nu zelfs werkdieptes van 20 cm mogelijk. Momenteel zijn er schijven van 410-736 mm leverbaar.

Snelle schijven

Kortschijveneggen zijn als net cultivators getande gereedschapswerktuigen. Maar als het aankomt op werktempo, gevraagde trekkracht, gevoeligheid voor verstoppingen, bouwlengte en oppervlakte prestaties, dan doen ze het doorgaans beter. Maar die hoge snelheid hebben ze wel nodig om het mengend vermogen van de roterende schijven vol te benutten.

Eén nadeel blijft: Waar een cultivator tot 35 cm diep kan werken, daar houdt het bij de kortschijveneg op bij zo’n 20 cm. Een vlakke kruimelbewerking is met schijven naar gelang de steekafstand en hoekverstelling al mogelijk bij een geringe werkdiepte.

Cultivators hebben vaak grotere H.o.H. afstanden en moeten voor hetzelfde resultaat dieper steken of van vleugelscharen voorzien zijn.

Heliodor 8 – Vlak en lichtDrie eggen, drie schijven, drie concepten (3)

De Heliodor 8 vertegenwoordigt de groep machines met kleine schijven. Schijfdiameters en de hoek er van moeten daarbij altijd in samenhang gezien worden. Zo is er door de kleine combinatie samen met de scherper gehoekte staande schijven minder trekkracht bij dezelfde werkdiepte nodig. Bij de zaaibedvoorbereiding op geploegde akkers wordt er bovendien minder bodem verstoord. Met 2.930 kg totaalgewicht hoort de Heliodor 8 tot de lichtgewichten onder de korteschijveneggen.

Waar dat qua inloopgedrag en werkresultaat in resulteert op droge, zware bodem konden we tijdens de test helaas niet proberen. De opklapbare 4 m versie werd gereden met een John Deere 6190 R, die er op de lichte grond van ons testbedrijf goed mee weg kwam.

Rubin 9 – Universeel inzetbaarDrie eggen, drie schijven, drie concepten (7)

De Rubin 9 vertegenwoordigt de groep apparaten met grote schijven en geldt als allrounder voor de stoppelbewerking, het inwerken van hoog opgeschoten stikstofbeplanting en de  bewerking van maisstrovelden.

De vorm van de dragers, waar de schijven aan bevestigd zijn, is ontworpen om een zo groot mogelijke doorvoer te garanderen. De vrije ruimte tussen de drager en schijf neemt van voor naar achter en van onder naar boven toe. In praktijk verstopt de korteschijveneg er nauwelijks mee. De groter schijfdiameter in samenhang met de stomper gehoekte, sterker gekantelde schijven zorgt er voor dat de gehele breedtebewerking al wordt bereikt van af een werkdiepte van 7 cm. Onze test trekker, een Claas Axion 850 kwam met de 3.739 kg  wegende 4,0 m versie goed uit de  voeten.

Rubin 12 – Nieuwe horizonDrie eggen, drie schijven, drie concepten (12)

Met zijn grote 736 mm schijven kan de Rubin 12 de bodem intens losmaken en mengen tot een diepte van 20 cm. Daarmee is hij concurrerend voor cultivators. De steekafstand is niet meer 12,5 cm, maar 16,5 cm. de schijven staan wat vlakker dan bij de Rubin 9, maar door de grote schijven wordt het hele oppervlak bewerkt.

Samen met de packer profielwals kwam onze testmachine op een eigengewicht van 6.373 kg. Voor een diepe bewerking is er dan aardig wat trekkervermogen gevraagd. Onze Fendt 826 Vario had er bij 20 cm op een maisstoppelveld  genoeg kracht voor.

Zijdelingse trekkracht vermijden op de korteschijveneg

Om de slijtage aan het apparaat te minimaliseren geldt voor de instelling van elke korteschijveneg op een zo min mogelijke zijdelingse belasting te letten. Meestal zijn de schijven, ook op de Heliodor 8 en  Rubin 9 asymmetrisch opgesteld. De schijven van één rij staan dus allemaal dezelfde kant op, bijvoorbeeld de eerste naar rechts en de tweede naar links. Bij een goede diepte instelling van de voorste en achterste schijvenrijen compenseren de zijdelingse krachten elkaar.

Als één van de rijen te diep werkt, dan trekt de eg naar één kant. Dan moet de hoogte instelling aan de achterste hef of de hoogte instelling aan de eg aangepast worden. Bij de Rubin 12 hebben de ontwerpers de rechtuitloop op een andere manier gegarandeerd. De schijven zijn per balk symmetrisch gemonteerd, zodat de ene helft vanuit het midden naar rechts-, en de andere helft naar links trekt. Zo worden de dwarskrachten al per balk gecompenseerd.

Een intensieve vermenging

De twee Rubin korteschijveneggen hebben twee staande stootplaten achter de holle schijven. De eerste heeft twee functies: hij stuurt aarde weer naar de bodem zodat die optimaal in contact komt met de tweede rij. Tevens zorgt hij voor een betere menging en verkruimeling.

De tweede zorgt voor een verdere verkruimeling en effent het oppervlak voor de naloper. De agressiviteit kan door de verstelling in hellingshoek en de werkdiepte aan de arbeidsomstandigheden aangepast worden. Maar dat vraagt om ‘fingerspitzengefühl’: want bij een te zachte instelling is er geen effect, een te agressieve instelling kan tot verstoppingen leiden.

In één oogopslag

  • Korteschijven eggen horen bij ondiepe bodembewerking
  • De diameter van de schijven en hun werkhoek zijn van beslissend belang voor hun effect
  • Hoe groter de schijf, hoe dieper er gewerkt kan worden
  • Werkdieptes met een goed eindresultaat zijn inmiddels mogelijk tot 20 cm

Technische gegevens van de Lemken korteschijveneg

Lemken Heliodor 8/400 K Lemken Rubin 9/400 KU Lemken Rubin 12/400 KUA
Werkbreedte 4,00 m 4,00 m 4,00 m
Aantal schijven 32 32 22
Steekafstand 125 mm 125 mm 165 mm
Schijfdiameter 465 mm 620 mm 736 mm
Werkdiepte min/max 3/12 cm 4/12 cm 7/20 cm
Schijfophanging Per stuk Per stuk Per stuk
Steencontactbeveiliging Bladveren Spiraal geveerde halmen Spiraal geveerde halmen
Schijfhoek in rijrichting voor/achter 16,5° 17°/15° 16°/14°
tot de bodem 10,5° 20° 20°
Werkdiepte instelling Gatenraster Gatenraster Hydraulisch
Naloper Dubbele wals Messenwals Packerprofielwals
Wals diameter 400 mm 600 mm 600 mm
Transportbreedte 3,00 m 3,00 m 3,00 m
Totaalgewicht 2.930 kg 3.739 kg 6.373 kg

 

De nalopers bepalen het arbeidsbeeld

De naloper bepaalt niet alleen de werkdiepte, maar is ook maatgevend voor het eindresultaat. Naar gelang het gewenste resultaat, de bodemomstandigheden, de werkdiepte en  de vochtigheid van de grond kan de kruimelvorming en de bodem terugversteviging wat meer of minder zijn.

Onze testmachines waren voorzien van een dubbele staafwals aan de Heliodor 8, een messenwals aan de Rubin 9 en een packer pofielwals aan de Rubin 12.

Voor onze lichte ondergrond was de dubbele staafwals het best geschikt. Door hun kleine diameter draaien de walsen erg snel en verkruimelen ze uitmuntend. Het egaliseren overtuigde ook.

De messen- en packer profielwals zijn duidelijk zwaarder. Ze hebben een duidelijk geringer inloopdiepte van 6- en 9 cm ten opzichte van de 9 cm toont Bij grotere werkdiepte dan bij voorbeeld 9 cm is het terug verstevigen van de bodem belangrijker.

Drie eggen, drie schijven, drie concepten (2)

Verzakdiepte Heliodor 8: 9 cm

Drie eggen, drie schijven, drie concepten (13)

Verzakdiepte Rubin 9: 6 cm

Drie eggen, drie schijven, drie concepten (8)

Verzakdiepte Rubin 12: 4 cm

Om de terug verdichting te testen zijn we met een trekker dwars op de rijrichting over het bewerkte veld gereden. De verschillende dieptes waarin de trekker weg zakte waren duidelijk meetbaar.

Rubin 12

Drie eggen, drie schijven, drie concepten (12)

  • Het wielstel: Het wielstel is in het frame geïntegreerd. Op de weg rijdt de Rubin 12 er goed mee
  • Naloper: de packer profielwals zorgt met een gewicht van circa 308 kg/m werkende breedte voor een voldoende terug versteviging van de diepe- en oppervlaktegrond
  • Schijven: De schijven aan de Rubin 12 en 9 zijn met aparte, voorgespannen veerpakketten tegen overbelasting beveiligd en met axiale kegellagers gelagerd

Rubin 9

Drie eggen, drie schijven, drie concepten (7)

  • Naloper: De 600 mm messenwals weegt ongeveer 180 kg/m werkende breedte
  • Stootborden: Stootborden achter de schijven rijen verbeteren de stroming van de aarde  en de vermenging
  • Schijven: De getande holle schijven van de Rubin 9 zijn 6209 mm groot

Heliodor 8

Drie eggen, drie schijven, drie concepten (3)

  • Naloper: De dubbele staafwals weegt circa 133 kg/m werkende breedte. De walsen zijn pendelend opgehangen
  • De zijschijven: Kouterschijven links en rechts dienen als zij begrenzers
  • Schijven: Spiraalvormig gebogen bladveren beschermen de holle schijven tegen overbelasting

De arbeidsresultaten van de korteschijveneg vergeleken

De arbeidsresultaten op het gebied van werkdiepte, egalisatie en menging zijn duidelijk geworden.

Bij een werkdiepte van 9 cm waren de stroken onbewerkte grond in doorsnee ongeveer 5 cm hoog. De totale oppervlakte wordt bestreken bij een werkdiepte van circa 4 cm. De Rubin 9 liet  ongeveer 3 cm hoge stroken over en werkt met circa 6 cm over de hele breedte. Waar de Heliodor 8 en de Rubin 9 bij verschillende schijfdiameters en aangrijphoeken, boden technisch bezien dezelfde steek van 12,5 cm hebben, is de overlapping van de schijven van de Rubin 9 constructie bedongen groter.

De stroken zijn dus kleiner. Na de bodembewerking met de Rubin 12 waren er alleen nog maar stroken van 1-2 cm hoog te vinden. Omdat hij gemaakt is voor een veel diepere bodeminzet, is dat resultaat niet verwonderlijk. Bij een steek van 16,6 cm is de  overlap ook met de grote schijven aanzienlijk.

Bij het inwerken van plantenresten hebben alle drie de systemen in overeenstemming met hun maximale werkdiepte goed gepresteerd. Dieper werken is mogelijk, maar dan neemt de homogeniteit aanzienlijk af. Een diepe bewerking vraagt bovendien ook extra aandacht voor het verdichten.

De Heliodor 8 is aan te bevelen voor vlakke stoppelbewerking een de zaaibed voorbereiding na het ploegen. Op de lichte bodem in de test kwam hij goed weg met gemulchde plantrestenmest en maisstoppels.

Op middelzware bodem moet hij ook nog goed functioneren, maar voor een zware bodem is hij te licht. Zeker door de dubbele wals leverde de Heliodor 8 het gelijkmatigste arbeidsbeeld.

Met de Rubin 9 is er zowel een oppervlakkige- als een diepere stoppelbewerking mogelijk. In de test met groenbemester en hoge maisstoppels waren er geen problemen. Dankzij het grote doorvoervermogen worden hoogstaand bemestingsgewas en hoeveelheden stro goed verwerkt. Door de grotere schijven, de aangrijpingshoek daarvan en de aanwezigheid van een overbelasting beveiliging gaat de Rubin 9 door, waar kleinere schijven zouden falen.

De Rubin 12 redt zich met alle soorten bodem, maar kan zijn krachten voornamelijk uitspelen op een droge, harde en zware ondergrond. Het inwerken van grote hoeveelheden oogstresten gaat probleemloos, de homogene inmenging was overtuigend.  De werkdiepte van 20 cm maakt een erg intensief losmaken en een intensieve vermenging mogelijk tot in het grensgebied dat tot dusver aan ploegen en cultivators was voorbehouden.

Vorige artikel
Volgende artikel