Leestijd: 10 minuten

Vermengt een vierbalks-cultivator altijd beter dan een driebalks-versie met dezelfde strookafstand? Niet altijd, zo blijkt uit onze vergelijkingstest met 2 Horsch Terrano GX cultivators. Daarbij kwamen er ook andere voor ons verrassende resultaten uit gerold.

Doorvoer vraagt rijsnelheid bij cultivator Agri Trader Test Jaarboek (20)

Horsch bouwt de Terrano GX weliswaar als drie- en vierbalker, maar de strookafstand is bij beide identiek.

Bij cultivators met onderstel staan kopers niet zelden voor de vraag of een driebalks-variant volstaat of dat het een ‘vierbalker’ moet zijn. In het algemeen is de stelling dat vierbalkers beter vermengen – wat vaak ook klopt.

Daarbij worden vaak echter verschillende strookafstanden gebruikt; vierbalkers zitten vaak rond de 23 centimeter, terwijl driebalks-versies meer zo tussen de 27 en 32 centimeter zitten. Dan ligt een betere vermenging bij vier balken natuurlijk voor de hand, iets wat je dan wel moet bekopen met een hoger benodigd trekvermogen.

Wat is echter het verschil als de driebalker en vierbalker hetzelfde aantal tanden hebben en dus dezelfde strookafstand zoals de Horsch Terrano? Wanneer dus alleen de balkafstanden en de positionering van de tanden anders zijn?

Horsch levert de Terrano GX precies in deze twee basisconfiguraties: als 3 GX met drie balken en als 4 GX met vier balken. We hebben op graan- en korrelmaisstoppels getest hoe vermenging en trekvermogenbehoefte veranderen bij deze twee verschillende configuraties.

Meer balken, meer gewicht

De voor onze vergelijkingstest gebruikte Horsch Terrano GX-modellen verschillen zoals gezegd vrijwel alleen qua lengte en het aantal tandenrijen.

De Terrano 4.3 GX verdeelt de 13 tanden op drie rijen, waarbij de tandenopstelling van voor naar achter 4-4-5 is; rij 1 en 2 zijn daarbij symmetrisch ten opzichte van elkaar verzet.

De Terrano 4.4 GX verdeelt de 13 tanden over vier rijen in de configuratie 3-3-4-3, asymmetrisch. Daaruit resulteert een strookafstand van 31 centimeter.

Op een rij is de afstand tussen de tanden bij de drierijïge versie 92 centimeter, bij de vierrijïge 123 centimeter; dat is 31 centimeter meer ‘lucht’ per tand, centimeters die de Horsch Terrano 4.4 GX duidelijk ongevoeliger maken voor verstoppingen. De framehoogte is met 85 centimeter identiek, net als de afstand tussen de balken van 79,5 centimeter.

Die ene extra balk geeft de Horsch Terrano 4.4 GX een meergewicht van ongeveer 250 kilo.

Toch geeft Horsch bij het aanbevolen trekkervermogen liefst 75 pk meer aan: 250 pk tegen 175 pk voor de 4.3 GX. De reden: de vierbalker sleept in theorie grond en plantenresten verder mee. Daarnaast zorgt ook de asymmetrische tandenverdeling voor iets meer benodigde trekkracht.

Ook de lengte van de 4.4 is natuurlijk groter. Horsch geeft ten opzichte van de 4.3 GX een kleine 80 centimeter meer op; dat is precies een balkafstand meer.

Bij de 4.4 zit het onderstel dan ook iets verder naar achteren. De iets mindere wendbaarheid van de 4.4 GX heeft op de breedte van de kopakker echter maar een minimale invloed.

Wie werkt op geaccidenteerd terrein, heeft bij de vierbalker wel een wat slechtere bodemaanpassing in kuilen en op kammen. Anderzijds egaliseert het langere tandenveld beter, aangezien het bij oneffenheden langer in de bodem blijft en het aarde-plantenrestenmengsel iets langer meeneemt.

Passend bij de verschillende tandenopstelling zijn natuurlijk ook de geleideplaten anders georiënteerd; Horsch gebruikt immers een gewelfde vorm. Bij de Terrano 4.4 GX gooit de eerste rij naar rechts, de tweede rij naar links, en de derde en vierde rij elk gemengd: de buitenste geleideplaten naar binnen, de binnenste naar buiten.

De Horsch Terrano 4.3 GX daarentegen gooit met de eerste rij naar rechts, met de tweede naar links en met de derde rij van buiten naar binnen. De navolgende egaliseringsschijven zijn in verband met de verschillende tandenopstellingen ook iets anders geplaatst; daarbij wordt bij de 4.4 GX in het midden een lamellenschijf in plaats van een getande holle schijf gebruikt.

Doorvoer vraagt rijsnelheid bij cultivator Agri Trader Test Jaarboek (5)

Op de lage en middelste werkdiepte hebben we consequent met hardmetaal-vleugelscharen bewerkt.

Inzet op graanstoppels

De eerste test hebben we gedaan op onbewerkte tarwestoppels. Om de meetresultaten van de inwerking niet te vertroebelen, hebben we de egaliseringsschijven bij beide machines in de hoogste positie weggedraaid, zodat die niks deden.

Bij telkens drie werkdiepten (7, 16 en 24 centimeter) hebben we de volgende metingen gedaan:

  • Maximaal haalbare werksnelheid: hiervoor werd telkens dezelfde circa 240 pk sterke tractor gebruikt.
  • Bodembedekkingsgraad volgens de touwmethode: hierbij wordt een touw in gedefinieerde afstanden met kleur gemarkeerd en in een hoek van 45 graden schuin over het bewerkte oppervlak gelegd. Dan wordt gekeken of er op de markeringspunten stro ligt of niet. Uit de grote hoeveelheid gegevens volgt een representatieve waarde voor de strobedekkingsgraad.
  • Het meesleepeffect van stroresten met de kleurmethode.
  • Kwalitatieve beoordeling met behulp van de uitgebreide roostermethode.

Bij kleine en middelgrote werkdiepte waren de vleugelscharen gemonteerd, voor de proefritten met maximale werkdiepte werden de vleugels gedemonteerd en werd alleen met de punten gecultiveerd. Beide cultivators waren uitgerust met nieuwe hardmetalen punten en hardmetalen schaarvleugels van Betek.

Doorvoer vraagt rijsnelheid bij cultivator Agri Trader Test Jaarboek (6)

Duidelijk zichtbaar is het bijna vlakke werkoppervlak met een verdieping in de zone van de schaarpunt.

De resultaten:

  • Bij kleine werkdiepte behaalden we met de Horsch Terrano 4.3 GX rijsnelheden tussen de 12,5 en 16,5 km/u. Bij identieke werkdiepte was met de Terrano 4.4 GX een snelheidsbereik van 12,0 tot 15,5 km/u mogelijk, dus gemiddeld een kleine 1 km/u minder.
  • Bij een middelgrote werkdiepte kwamen we met de 4.3 GX op 9,0 tot 12,5 km/u, met de Horsch Terrano 4.4 GX op 9,0 tot 12,0 km/u; dus zo’n 0,5 km/u minder.
  • Bij grote werkdiepte (zonder schaarvleugels) bedroegen de rijsnelheden 8,5 tot 10,0 km/u bij de 4.3 GX, en 7,0 tot 9,0 km/u bij de 4.4 GX. Het verschil was hier gemiddeld dus 1,25 km/u.

De verschillen liggen met 5 tot 12 procent dus wel in het relevante bereik – maar daarover later meer.

De resultaten van de touwmethode: bij een kleine werkdiepte werkt de Terrano 4.4 GX meer stro weg van het oppervlak, bij middelgrote en grote werkdiepte gaat hij ongeveer gelijk op met de 4.3 GX.

Dat kan liggen aan het feit dat de rijsnelheid van de 4.4 GX bij toenemende werkdiepte wat minder wordt dan die van de 4.3 GX. De kleurmethode (het meten van de afstand waarover het met kleur gemarkeerde stro wordt meegesleept) toonde geen significante verschillen.

Interessanter wordt het bij de roostermethode.

Daarbij waren tot een bewerkingslaag van 10 centimeter geen significante verschillen tussen de Horsch Terrano 4.3 en 4.4 GX zichtbaar. Daaronder echter, tussen 10 en 15 centimeter, werkte de 4.4 GX bij een kleine instelling van de werkdiepte nog wel iets meer stro in dan de 4.3 GX, maar bij een middelgrote en grote werkdiepte juist significant minder – ook al gaat het hier bij de Terrano 4.3 GX nog maar om respectievelijk 1,75 en 1,35% stroaandeel tussen 15 en 20 centimeter diepte (4.4 GX: 0 tot 0,125 %).

Doorvoer vraagt rijsnelheid bij cultivator Agri Trader Test Jaarboek (14)

De grondige roostermethode toonde verschillende tendensen bij kleine en middelgrote tot grote werkdiepten.

Beide cultivators werkten in de bodemlaag tussen 10 en 15 centimeter diepte ook maar 10% (4.3 GX) en 7% (4.4 GX) stroaandeel in.

Toch blijkt ook hier dat de Horsch Terrano 4.4 GX – net als reeds met de touw-methode was vastgesteld – met toenemende werkdiepte (= afnemende rijsnelheid) geen voordeel meer heeft ten opzichte van de 4.3 GX. Sterker nog, dan blijkt de vierbalker zelfs in het nadeel te kunnen zijn.

In dit verband is het wel het vermelden waard dat zelfs bij de maximale werkdiepte nauwelijks ingewerkte strobestanddelen te vinden waren op meer dan 15 centimeter diepte. Dat bevestigt de ervaring dat het inwerken van organisch materiaal met tandenwerktuigen overwegend plaatsvindt tot ongeveer 15 centimeter, vooral onder droge omstandigheden.

Doorvoer vraagt rijsnelheid bij cultivator Agri Trader Test Jaarboek (9)

Op graanstoppels hadden we de egaliseringsschijven volledig opgeheven, om het bewerkingsresultaat voor de metingen niet te vertekenen.

Inzet op maisstoppels

Op het Horsch-bedrijf Agrovation in Tsjechië zetten we onze vergelijkingstest voort, in een iets eenvoudigere opzet. Daarvoor hadden we de beschikking over een veld met maisstoppels (biomais) die niet waren gemulcht, maar slechts licht aangespleten waren door een ondervloers gemonteerde hakselaar aan de plukker.

Als trekkers waren twee identieke grote halfrups-tractoren voor de Terrano’s gespannen.

Doorvoer vraagt rijsnelheid bij cultivator Agri Trader Test Jaarboek (15)

Op maisstoppels gingen we met twee even sterke Case IH Magnum 380 CVX Rowtracs aan het werk.

Ook hier zagen we bij de middelgrote en grote werkdiepte (de heel kleine lieten we hier achterwege) weer verschillen in de maximaal haalbare rijsnelheid, van 0,5 tot ongeveer 1,5 km/u.

Het bewerkingsresultaat hebben we alleen optisch beoordeeld, aangezien een grondige kwaliteitsbeoordeling bij de grote hoeveelheden licht maisstro nauwelijks te realiseren was. Een onderscheid tussen ingewerkt maisstro en alleen licht met aarde bedekte maisstro in de bovenste centimeters van de bewerkte laag was amper mogelijk.

Bij de strobedekkingsgraad waren daardoor geen duidelijke verschillen te constateren. Aanvankelijk waren we verbaasd door het feit dat de Horsch Terrano 4.4 GX talloze maisknollen op de bodem achterliet, en dat bij alle werkdiepten.

Doorvoer vraagt rijsnelheid bij cultivator Agri Trader Test Jaarboek (17)

De Terrano 4.4 GX (linkerkant van de foto) legde zichtbaar veel maisknollen op het oppervlak neer.

Enkel bij een aparte rit met schaarvleugels bij een kleine werkdiepte (circa 12 centimeter) en hoge rijsnelheid (13,5 – 14 km/u) liet hij een bewerkingsresultaat zonder wortels op het oppervlak achter.

De verklaring zit echter niet in het aantal balken en de doorvoer, maar in de nalooprollen: de Horsch Terrano 4.4 GX was uitgerust met de SteelFlex-pakker, die een gesloten staalbandrol en een open veerbandrol combineert.

Doorvoer vraagt rijsnelheid bij cultivator Agri Trader Test Jaarboek (18)

De oorzaak daarvoor was de SteelFlex-pakker, die de maiswortels als in een kooi meenam en vervolgens op de grond deponeerde.

Die laatste pikte door zijn krappe ringafstanden maiswortels op, nam die vervolgens als in een kooi enkele meters mee en liet ze dan op de bodem achter. De dubbele RollPack-pakker van de Terrano 4.3 GX met ruime afstand tussen de U-profielen en de geheel open constructie kon geen maisknollen meenemen, maar drukte ze juist op de bodem aan.

Doorvoer vraagt rijsnelheid bij cultivator Agri Trader Test Jaarboek (19)

De Terrano 4.3 GX daarentegen bezat de volledig open dubbele RollPack-pakker, die geen maisknollen kan oppakken.

De resultaten:

De gemeten gegevens en de beoordeling van het werkresultaat leveren na de twee proeven de volgende conclusies op:

  • De Horsch Terrano 4.4 GX werkt daadwerkelijk iets meer stro van het oppervlak weg. Bij afnemende rijsnelheid (bijvoorbeeld door toenemende werkdiepte) vermengt hij echter iets slechter. De reden wordt duidelijk bij het zicht op het tandenveld vanuit de trekkercabine en het bekijken van opnames met de actiecamera in het tandenveld: door de grotere tussenruimte hebben grond en oogstresten bij de vierbalker de neiging om s-vormig om de tanden heen te stromen – wat wel gunstig is voor de doorvoer. De bodem heeft tussen de opeenvolgende tanden meer tijd om tot rust te komen. Ook blijft de bodem tot aan de tweede balk streepvormig onberoerd, terwijl de 4.3 GX al vanaf de eerste balk over de hele werkbreedte in de bodem grijpt, of de onbewerkte strepen op z’n minst met een mengsel van stro en aarde bedekt. Als je je dit in een extreem geval voorstelt met balkafstanden van 10 meter, dat zou je bij zo’n werktuig (met een totale lengte van 40 meter) gegarandeerd geen verstoppingen krijgen – maar er zou waarschijnlijk ook nauwelijks nog iets worden vermengd.
  • De Horsch Terrano 4.3 GX houdt bodem en oogstresten in zijn tandenveld sterker in beweging en vraagt daarbij minder trekvermogen. De opnames van onze actiecamera laten duidelijk zien dat de geleideplaten van de driebalker de aarde en oogstresten deels tot aan de naastliggende tand op dezelfde bak opgooien. Dat lukt de vierbalker (met 31 centimeter meer afstand tussen de tanden op dezelfde balk) alleen bij hogere rijsnelheden.
  • De Terrano 4.3 GX zal bij verzameld graan en verzamelde maisresten beslist sneller verstoppen dan de Horsch Terrano 4.4 GX. Wie maisstro intensief wilt vermengen, zou in plaats van een cultivator beter een zware (korte-)schijveneg met grote schijfdiameter kunnen gebruiken, of een cultivator-schijveneg-combinatie (zoals de Tiger MT).
Doorvoer vraagt rijsnelheid bij cultivator Agri Trader Test Jaarboek (16)

De hoofdconclusie van onze test is duidelijk: veel vrije ruimte tussen de tanden vraagt voor een goed vermengresultaat om hogere rijsnelheden – en dus ook hogere trekvermogens.

Technische gegevens Horsch Terrano GX

Tandensectie: 13 tanden, strookafstand 31 cm; 4.3 GX 3-balks met tandenconfiguratie 4-4-5; 4.4 GX 4-balks met tandenconfiguratie 3-3-4-3; framehoogte 85 cm; TerraGrip III-tanden met schroefveren als over- belastingsbeveiliging (drempelwaarde 550 kg), werkdiepte circa 25 cm.

Egalisering: getande holle schijven, diameter 450 mm; 4.4 GX met lamellenschijf in het midden.

Bodemverdichting: diverse open, gesloten en halfopen enkele en dubbele pakkers van 110 tot 285 kg/cm.

Vereist vermogen: circa 175 pk (4.3 GX) resp. 250 pk (4.4 GX);  standaard aanwezige hydraulische tractieversterker met duwende constructie (circa 1.200 kg extra achterasbelasting).

Afmetingen en gewichten: lengte 8,61 m (4.3 GX) resp. 9,40 m  (4.4 GX); min. bedrijfsgewicht 5,05 t (4.3 GX) resp. 5,30 t (4.4 GX).

Onze conclusie

Onze systeemvergelijking leverde een aantal verrassende, maar verklaarbare waarnemingen op. Duidelijk is dat de vierbalker meer doorvoer heeft en daarom minder gevoelig is voor verstopping.

Dat is vooral belangrijk bij het inwerken van maisstro op locaties met een hoge opbrengst of op plekken met verzameld stro.

Deze voordelen moet je ondanks dezelfde strookafstand echter bekopen met een iets hoger vereist trekvermogen. Het extra vermogen heb je ook nodig om bij grotere werkdiepten op dezelfde rijsnelheid als met de driebalker te komen. Want vooral de vierbalker reageerde in onze test meetbaar op afnemende rijsnelheid, door dan minder goed te vermengen.

Het mengsel van aarde en plantenresten heeft bij de Horsch Terrano 4.4 GX namelijk meer tijd om tussen de tanden in tot rust te komen, daar waar de 4.3 GX het mengsel bij vergelijkbare rijsnelheid beter in beweging houdt. In natte jaren kan het resultaat echter helemaal anders zijn – de zeer droge zomer was een wezenlijke uitdaging bij de stoppel- bewerking.